In Marcus 9 vers 14 tot 29 staat een mooi verhaal over geloof en ongeloof. Het verhaal gaat over dat een vader zijn zoon die bezeten is door een kwade geest naar Jezus’ leerlingen brengt. De vader hoopt dat de leerlingen de kwade geest uit kunnen laten drijven, maar het lukt hen niet. Als Jezus naar hun terug komt met Petrus, Jakobus en Johannes nadat ze hoger op de berg Jezus in stralend wit, Mozes, Elia en hadden gezien en een stem uit de hemel hadden gehoord (Markus 9:2-13), zijn schriftgeleerden met de leerlingen aan het discussiëren.  Jezus vraagt ze waarover ze aan het discussiëren zijn. Een man uit de menigte antwoordt: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten: steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’ Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Wat zijn jullie toch een eenvoudig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’ De mensen brachten de jongen en toen de geest Jezus zag liet hij de jongen stuiptrekken, en met het schuim op de mond op de grond vallen. De jongen rolde heen en weer. Jezus vroeg aan de vader hoe lang de jongen het al had. De vader van de jongen antwoorde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd, en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden: maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ Toen zei Jezus: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ Toen Jezus zag dat er een groet groep mensen toestroomde, sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’ Onder geschreeuw en hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op.

Jezus ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen aan hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ Hij antwoorde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’

In het prachtige verhaal komt telkens geloof en ongeloof voor. Het begint met de hoop, het geloof, van de man die zijn bezeten zoon bij Jezus wil brengen. Hij heeft gehoord over de geweldige dingen die Jezus heeft gedaan en wil bevrijding voor zijn zoon. God wil ook bevrijding voor ons en brengt ons op zijn manier elke keer weer bij Jezus(‘ voeten)! Dat merk ik elke keer weer! Ik hoop dat jij het ook merkt en gelooft. Als de leerlingen de geest er uit proberen te bevelen, lukt dat niet. Ze hadden ongeloof en niet genoeg vertrouwen. Herkenbaar? Als genezing soms niet lukt of als iemand ziek is gaan we soms proberen te redeneren waarom dat zo is. Dat deden de schriftgeleerden ook. Ze gingen discussiëren waarom het niet lukte met de leerlingen van Jezus. Gelukkig kwam Jezus er aan. Als Hij hoort van het ongeloof van zijn eigen leerlingen die al zo veel wonderen hebben gezien, wordt Hij geïrriteerd. De vader van de jongen verteld over de kwade en onreine geest in de jongen en zegt tegen Jezus: ‘maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ Het kan gebeuren dat we zo gefocust zijn op onze problemen, angsten of wat dan ook dat we gaan twijfelen aan Gods kracht (ongeloof). Jezus reageert op de vader: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ De zin ‘Of ik iets kan doen?’ zet je/mij/de vader aan het denken. God zegt/vraagt die zin ook wel eens aan ons. Geloven wij dat God iets kan doen? Geloven wij dat God wonderen doet? Geloven wij dat Jezus ziektes geneest? Geloven wij dat wij door de kracht van God demonen kunnen uitdrijven? Geloven wij dat God alles kan? Of is er twijfel? God zal zich altijd aan je bewijzen als je twijfelt. Hij zal wonderen voor je ogen laten gebeuren om je te overtuigen. De tweede zin: ‘Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ Ik wil eigenlijk in plaats van een punt een uitroep teken achter die zin zetten. Er is zo veel kracht in die zin. Het komt meerdere keren terug in de Bijbel. Geloof je in wat er in die zin gezegd wordt? Vertrouw/Geloof je God? Ik vind het zo mooi wat de man antwoordt. ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ De man erkent zijn ongeloof en vraagt God om hulp. Hij gaat geloven en vertrouwen. Nu hij gelooft in Gods kracht gebeurt het wonder. Zijn zoon wordt bevrijd. De onreine geest is uit de jongen. De jongen blijft op de grond liggen. Het lijkt of dat hij dood is. Dit lijkt me vreselijk om te zien als vader. Je hoort de mensen om je heen fluisteren dat je eigen zoon dood is. Jezus zei toch dat hij de geest uit hem zou halen? Dat heeft hij gedaan en nu ligt hij daar. Mijn zoon! Maar dan loopt Jezus naar hem toe en geeft hem een arm en hij staat op. De vader is vast vervuld met vreugde en rent naar zijn zoon toe en omhelst hem. Groote kans dat hij in tranen is van geluk. Doordat de man ging geloven werd de jongen bevrijd, kon hij horen en praten. De zin: ‘Alles is mogelijk voor wie gelooft’ is waarheid! Geloof jij?

Jezus heeft je lief en laat je nooit alleen. Heb een gezegende dag<3

Advertenties